I. Het uiterlijk van de hond

foto van hondHet is een indrukwekkende grote hond, atletisch gebouwd en mooi gespierd. Hij heeft een schofthoogte van 67 à 80 cm en het gewicht varieert tussen de 45 en 55 kg. Het front is breed en de borst is goed ontwikkeld. De borstomtrek is lichtjes overheersend tegenover de rug.

Oren zijn groot en hangend, mooi in verhouding tot zijn bouw. De ogen stralen intelligentie uit aan de omgeving.

Het haar is kort of stokhaar, voorzien tegen onze weersomstandigheden. De vachtkleur is bij voorkeur vaal, gestroomd of gevlamd, met zwart masker en zwarte neusvlakte.

II. Karakter van de hond

Het is een sociale, kind- en gezinsvriendelijke hond. Een waak-, maar geen verdedigingshond.

III. Een stukje geschiedenis

foto van hondHij is helaas niet meer te zien in onze tentoonstellingsringen of niet veel meer in het gewone leven, nochtans verdient de trekhond veel lof. Met zijn indrukwekkende grootte, zijn spel van krachtige spieren die onder het korte haar te zien zijn, zijn goedige fikse kop waaruit een zacht karakter spreekt, was een bewonderenswaardige hond.

Het eerste concours

We schrijven zondag 30 juni 1895. Op die dag vond, in Merchtem, de eerste wedstrijd plaats voor hondenspannen, in het kader van de grote pluimveetentoonstelling. Het hondenconcours was bedoeld om de arbeidsomstandigheden van de trekhond te verbeteren. De juryleden, professor Ad. Reul (1849-1907) van de Veeartsenijschool van Kuregem-Brussel, en Louis Van der Snickt (1837-1911), vroegere directeur van de dierentuinen van Gent en van Dusseldorf en hoofdredacteur van het tijdschrift voor fokkers “Chasses et Pèche”, kregen het verzoek om een klein rapport op te stellen over de huidige staat van de hondenspannen. Dit rapport, met een tabel van de afmetingen, werd op 14 juli 1895 in voornoemd tijdschrift gepubliceerd.

Professor Ad. Reul bepaalt de standaard

Vanaf die datum wordt een campagne opgezet om het lot van de trekhond in België te verbeteren. Dit idee vindt langzaam maar zeker ingang. In 1899 schrijft Ad. Reul, docent zoötechnie, een reeks artikels in “Chasses et Pèche” waarin hij de typische bouw van de ideale trekhond analyseert. “ De basishond, schrijft hij, moet opgebouwd worden op het model van het snelle koudbloed trekpaard, een variëteit van het koudbloed trekpaard waarvan hij een kleinere versie is, die aan minder zware vereisten is aangepast. Een goede trekhond moet een bouw hebben, die in verhouding staat tot het werk dat hij moet verrichten”. Dit onbetwistbare principe leidde de professor bij de opstelling van de standaard. Het was de professor Ad. Reul die, in 1892, de eerste standaard bepaalde voor onze Belgische herdershond.

De Belgische Mastiff is een zeer krachtige hond met een atletische bouw en een indrukwekkende spierstelsel. Hij heeft een schofthoogte van 67-80 cm. Hij is kortharig en zijn haren voelen ruw aan. Zijn voorhoofd is breed en hij heeft een goed ontwikkelde schedel. De oren zijn vrij groot en hangen zijdelings af. Om sneller vooruit te komen, is zijn kruis iets hoger dan de ruglijn.

Het temperament van de trekhond

In de standaard wordt het temperament beschreven als “nerveus-sanguinisch, niet te driftig”. Albert Houtart, secretaris-generaal en keurmeester van de Nationale Federatie,beschrijft in zijn rapport dat hij voorlegde op het Eerste Internationale Congres voor Teelt en Voeding (Brussel, 22-25 september 1910), de hond als volgt:
"De Mastiff moet op de eerste plaats een indrukwekkende hond zijn, met een ietwat streng uitzicht, maar niet kwaadaardig. Hij heeft ee zacht, maar ernstig karakter: hij is een onverbiddelijke waakhond, maar blijft kalm, waardig zou ik zeggen. Zijn gang mag niet zwaar zijn, hij moet trouwens een lichte loop hebben,waarin zijn nerveuze temperament voldoende tot uiting komt om de inspanningen die hij zal moeten leveren, aan te kunnen."

De oprichting van de club

Op initiatief van graaf de T’Serclaes de Wommersom, advocaat en provincieraadslid van Brabant, en van zijn zoon, die beiden het kasteel van Lubbeek, niet ver van Leuven, bewonen, vond op woensdag 24 januari 1900 in Brussel de vergadering plaats voor de oprichting van de “Club voor de verbetering en de bescherming van de trekhond in België”. Tijdens de algemene vergadering van de Club op 23 maart 1900, worden professor Ad. Reul en Henry Sodenkamp, hondenkeurmeester, benoemd tot juryleden voor 1900.

In de volgende jaren groeide de Club gestaag. Voor de trekhond gingen de deuren open van alle hondententoonstellingen en van de landbouwbeurzen. Er vonden alsmaar meer wedstrijden plaats, die steeds meer aandacht kregen. Provinciale afdelingen werden opgericht. Tijdens de algemene vergadering van 2 maart 1902, wordt de naam van de club veranderd in “Nationale Maatschappij voor de verbetering van de Belgische trekhond”. De maatschappij heeft werk te over en wordt al snel omgevormd tot een”Nationale Federatie van de Syndicaten voor de fokkerij van de Belgische trekhond”, waarbij elk syndicaat autonoom blijft werken. De Federatie handhaaft de eenheid van het type en van de reglementen en verdeelt, naargelang van ieders activiteit, de subsidies van de regering.

Er wordt ook een stud-book samengesteld, waarin de honden worden genoteerd die tijdens de wedstrijden werden onderzocht, evenals de nesten van de ingeschreven honden. Vanaf 1909 wordenkapioenstitels verleend aan de beste honden. In 1911 had de federale 1500 leden, organiseerde meer dan 20 nationale of provinciale wedstrijden en telde zowat 350 in het stamboek ingeschreven honden.

Als trekkers en mitrailleurs in het Belgisch leger

Na zeer zorgvuldige selecties werd de Belgische mastiff uitgekozen om de mitrailleurswagentjes te trekken. Er werd een kennel ingericht in de Prins Boudewijnkazerne, waar het eerst Karabiniersregiment gelegerd was. De Belgische mastiff nam deel aan de gevechten tijdens de Grote Wereldoorlog 1914-1918. Journalist en schrijver Geoffroy de Beaufort publiceerde in 1992 een werk onder de titel “Chiens à lan Guerre”, of honden ten oorlog. Dit boek vertelt uitgebreid de hele campagne van de karabiniers en hun honden. Weinigen keerden huiswaarts.

De achteruitgang

In de bezette gebieden dunde ontbering, het gebrek aan geschikte voeding de rangen van de Belgische mastiff aardig uit. Maar na de grote omwenteling bracht vooral de mechanisering ze de genadeslag toe. Het stel van vier mastiffs wordt vervangen door de bestelwagen met moter. Er blijven nog enkele exemplaren bestaan tot in de jaren 60 en 70, maar ze worden steeds zeldzamer. Tussen de twee oorlogen en zelfs na de tweede wereldoorlog waren er nog één of twee exemplaren te zien op tentoonstellingen.

Heropbloei

Op dit ogenblik zijn wij, Alfons Bertels en kleindochter Ingeborg Nelissen, samen met St Hubert bezig het ras terug in standaard te brengen.